Inkijk Tango met een knal

Tango met een knal

202Publishers -Uitgevers!

Breda

Van dezelfde auteur: Cupcakes en een koffer

 


Tango met een knal

Copyright © 2014 Yara March Productions

Auteur: Yara March
www.yaramarch.nl
www.202Publishers.nl
202Publishers – Uitgevers!

Druk: New Energy drukwerk
Omslagontwerp: Wouter de Graaf
Vormgeving binnenwerk: 202Publishers

Thriller/Roman
ISBN/EAN: 978-90-821397-3-0
NUR 340, 330, 343

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Tango met een knal

Yara March
In haar boeken is niet alleen de liefde gevaarlijk


Proloog

Drijvend op mijn rug zie ik hoog boven me de gieren door de lucht cirkelen. Hoe weten die stomme beesten toch altijd waar ze moeten zijn. Mij krijgen jullie niet, denk ik kwaad. Hoewel ook de laatste uren niemand op mijn geroep gereageerd heeft, kan ik het niet laten nog een keer zo hard als mijn schorre stem het toelaat om hulp te roepen. Me zo min mogelijk bewegend probeer ik rustig te blijven drijven. Zolang ik mijn hoofd boven water weet te houden, kan me niets gebeuren. Water heb ik gelukkig genoeg. Van de dorst zal ik dus niet omkomen, denk ik ironisch. Het enige dat mij angst inboezemt, is dat ik in slaap kan sukkelen. Hopelijk word ik wakker voor ik verdrink. Daar wil ik op dit moment niet over nadenken. Voorlopig concentreer ik me er vooral op mijn hoofd boven water te blijven houden. Het heeft natuurlijk weinig zin kwaad op mezelf te zijn.
Heb ik te veel mijn kop in het zand gestoken? Of was ik gewoon te naïef? Nu ik hier in deze put lig, mijlenver van andere levende wezens, herken ik de voortekenen wel. Op het moment dat de verschillende gebeurtenissen plaatsvonden, heb ik echter het verband niet gelegd.‘Wat heb ik er nu mee te maken? Ik ben toch alleen maar hier om mijn zus te helpen. Wat moeten ze van mij?’ Ik kan het niet laten mijn frustratie uit te schreeuwen. Langzaam begint het te schemeren. De nacht zal spoedig invallen. Het zal niet lang meer duren voor de vermoeidheid echt zal toeslaan. Tenslotte heb ik de nacht voor ik vanmorgen vroeg in deze put gegooid werd niet veel geslapen. Ik doe wanhopig mijn best niet in paniek te raken.
Met de invallende duisternis voel ik hoe de luchttemperatuur begint af te nemen. Zelfs het water lijkt nu af te koelen. Ik merk dat ik begin te klappertanden. Ook de rest van mijn lichaam begint te rillen. Wat kan ik nu het beste doen? Me zo veel mogelijk bewegen om door de inspanning weer warm te worden? Of is het verstandiger om zo rustig mogelijk te blijven

drijven om zo min mogelijk warmte te verliezen? Omdat ik het echt niet weet, besluit ik tot het laatste. Al was het maar om mijn krachten zo veel mogelijk te sparen. Wie weet hoe lang ik hier nog lig. Ik begrijp er niets van. Er had toch allang iemand moeten komen?
Als de duisternis is ingevallen, neemt het rillen gelukkig af. Het is juist net of ik begin te gloeien. Ik voel me nu tenminste warm genoeg. Wat me het meest zorgen baart, is dat ik zo moe ben. Zo moe. Ik sukkel steeds even in slaap. Maar waarom zou ik dan ook niet even, heel even maar, echt maar één minuutje mijn ogen mogen sluiten? En weer vallen mijn ogen dicht…

Ingespannen tuurt Chico door een kier in de schuurdeur. Opgelucht ademt hij uit. Hij heeft niet eens gemerkt dat hij zijn adem al een hele tijd inhoudt.
Zoals hij had verwacht, is het landgoed uitgestorven. Toch wil hij het zeker weten. Meteen toen hij gisteren iedereen hoorde praten over het grote feest, wist hij dat hij vanavond zijn slag zou kunnen slaan. In het weekend vertrekken de meeste hulparbeiders naar hun families. Ook het vaste personeel neemt de gelegenheid te baat om de vrije dagen thuis te vieren. Alleen de families die op het landgoed wonen, zijn nog hier. Gelukkig voor hem liggen die woningen aan de rand van het uitgestrekte landgoed. Van daaruit hebben ze geen zicht op de gebouwen aan deze kant van de haciënda. De eigenaren heeft hij al rond half negen zien vertrekken naar het feest. Hij weet dat hun moeder vanmiddag al naar haar zus is gegaan. Hij heeft vanavond het rijk dus helemaal alleen.
Twee jaar geleden is zijn moeder, kort na zijn 16e verjaardag, hertrouwd. Van het begin af aan konden zijn stiefvader en hij niet door een deur. Toen zijn moeder korte tijd later bovendien zwanger bleek te zijn, vond hij het tijd worden het huis te verlaten. Sindsdien zwerft hij op zoek naar werk door het land. In die twee jaar heeft hij inmiddels wel geleerd hoe hij moet overleven. Het voornaamste dat hij geleerd heeft, is om zijn kansen te grijpen. En dit is zo’n kans. Eindelijk is hij weer eens

helemaal alleen. Hij heeft in elk geval voor één avond een dak boven het hoofd, zodat hij vanavond niet in het vrije veld hoeft te slapen. Bovendien hoeft hij nu niet op zijn qui-vive te zijn. Het grootste gevaar vormen de andere losse arbeiders die net als hij door het land zwerven van klus naar klus. Vooral rondom betaaldag, zijn ze eropuit je zakken te rollen zodra je je ogen sluit. Hij heeft al vroeg geleerd om net als de meeste zwervers met een half oog open te slapen. Een nacht écht kunnen slapen, is een regelrecht buitenkansje.
Op de tast zoekt hij zijn weg door de grote schuur. Hij staat vol tractoren, aanhangwagens en groot gereedschap. Verder ligt er op zolder een voorraadje hooi. Dat wordt ’s winters gebruikt om de wijnranken tegen extreme temperaturen te beschermen. Voor hem is het echter een heerlijke slaapplek. Na enige tijd op de tast te hebben rondgelopen, voelt hij de ladder. Hij klimt met zijn spullen naar boven en maakt een heerlijk nestje om te slapen. Hoewel het nog vroeg in de avond is, duurt het, na een week van hard werken en lange dagen maken, niet lang voordat hij in slaap valt.
Chico schrikt wakker als hij in de verte stemmen hoort. Even is hij gedesoriënteerd. Dan weet hij het weer. Hij slaapt in de gereedschapsschuur van zijn tijdelijke baas. Ongerust luistert hij naar de stemmen. Ze komen steeds dichterbij. Wie het ook is, als ze hem maar niet ontdekken. Dan kan hij zijn huidige baan wel vergeten. Een ding weet hij zeker. Zijn baas kan personeel genoeg krijgen. Die zit niet te wachten op stiekeme en onbetrouwbare werknemers.
Hij hoort de schuurdeur open gaan. Onwillekeurig houdt hij zijn adem in. Aan de stemmen te horen komen er twee mannen naar binnen. ‘Hierboven’, hoort hij een van de twee zeggen. Zouden ze hem ontdekt hebben? Zijn mond wordt droog. Het lijkt of zijn hart een slag overslaat als hij een van de twee de ladder naar de zolder op hoort komen.
Hij trekt zich nog verder in een hoekje terug. Nu zullen ze hem wel ontdekken. Hij hoort hoe de man hooi naar beneden begint te gooien. Hij houdt zich doodstil. Seconden lijken

minuten en minuten lijken uren te duren. Als de man weer naar beneden klimt, moet hij zijn uiterste best doen geen zucht van verlichting te slaken. Stel je voor dat hij op het laatste moment alsnog gegrepen wordt.
Gealarmeerd luistert hij naar de geluiden beneden hem. Hoort hij daar water lopen? Plotseling ruikt hij de zware damp van benzine. Nog voor het kwartje bij hem valt, wordt de duisternis verlicht door een grote steekvlam die tot bij hem op zolder omhoog schiet. Het kurkdroge hooi aan de rand van de zolder vat meteen vlam. Verstart van schrik hoort hij dat de mannen de schuur uit rennen en de poort achter zich sluiten. Voor hij door de vlammen ingesloten kan raken, vliegt hij, nog net zijn rugzak mee grijpend, zo snel als hij kan naar beneden. Met de vlammen op zijn hielen kan het hem niet meer schelen of iemand hem hoort. Bij de poort aangekomen, blijkt die aan de buitenkant op slot te zitten.
In paniek kijkt hij om zich heen. Door de zware rookontwikkeling kan hij maar een klein stukje vooruit kijken. Hij weet echter dat aan de andere kant van de schuur nog een loopdeur zit. Zijn enige kans op ontsnapping grijpend, loopt hij in de richting van de deur. Hij probeert de vlammen zo veel mogelijk te ontwijken. De scherpe, hete rook brandt in zijn keel. Hij houdt de flap van zijn T-shirt voor zijn neus en mond om zo min mogelijk rook binnen te krijgen. Desondanks begint hij zwaar te hoesten. Zijn ogen tranen zo sterk dat hij nu helemaal niets meer ziet.
Achter hem komt nu de bodem van de zoldering naar beneden. De vonken vliegen in het rond. Aangespoord door de om hem heen instortende schuur, probeert hij zo snel mogelijk aan de overkant te komen. In de haast ziet hij een op de grond liggende bezemsteel over het hoofd. Hij struikelt, stoot zijn hoofd tegen de punt van een aanhangwagen en gedesoriënteerd loopt hij zigzaggend verder om even later onder een aanhangwagen neer te storten. Terwijl hij het bewustzijn verliest, ziet hij nog net hoe de deur die hij zojuist niet open kreeg, met een ruk opengaat. De binnenkomende zuurstof laat het vuur weer in volle hevigheid oplaaien.

Ergens in een directiekamer.

De twee mannen buigen zich over de papieren die voor hen liggen. Achter hen hangt de kaart van Argentinië. Op de kaart zijn grote stukken omcirkeld en voorzien van vlaggetjes in hun bedrijfskleuren. Op een klein aantal gebieden prijken nog grote rode vlaggetjes.
Een van de mannen neemt het pak papieren dat hij voor zich heeft liggen in de hand, kijkt nog eens naar de cijfers en kijkt de ander vragend aan. ‘Ik lees hier dat een aantal bedrijven binnenkort op ons aanbod tot overname in zal gaan. Op deze twee bedrijven na. Juist deze twee leveren ieder een unieke kwaliteitswijn die ik graag aan ons concern zou toevoegen. De stokken op hun haciënda’s hebben de uitgewogen ouderdom. Allebei hebben ze een terroir met een eigen smaaksensatie. Als je dit zelf zou moeten aanplanten, gaan daar veel te veel jaren overheen. Het is bovendien onzeker of je tot hetzelfde uitstekende resultaat zult komen. Kijk maar, deze twee haciënda’s liggen naast elkaar en hebben toch ieder een wijn met een heel eigen karakter.
Tot mijn verbazing zie ik hier staan dat jij verwacht dat ze zich binnen een jaar bij ons aan zullen sluiten. Waar baseer je dat optimisme op? We hebben al een zeer goede prijs geboden en die hebben ze afgewezen. Wij zullen, zoals je weet, die prijs echt niet verhogen.’
‘Je weet dat beide bedrijven forse investeringen hebben gedaan’, antwoordt Julio Cortez zijn baas. ‘Het bedrijf van de broers Rodriguez om te moderniseren; het bedrijf van Carlos Castillo om de bedrijfsvoering te diversifiëren. Het lijkt er op dit moment dan misschien niet op dat een van de twee het bedrijf op zou willen geven. Ik heb echter bij beide bedrijven mijn bronnen. Ik hoor dat er nogal wat incidenten zijn de laatste tijd. Mijn ervaring is dat een ongeluk nooit alleen komt. Eenmaal een slecht karma, altijd een slecht karma,’ grinnikt hij. ‘Binnen een jaar zullen ze er financieel zo slecht voor staan dat ze graag willen verkopen.’

‘Als jij daarvan overtuigd bent, geef ik je nog een jaar om de beide bedrijven binnen te halen. Hoe je het doet, zal me worst wezen, als je het maar voor elkaar krijgt zonder dat de kosten de pan uitrijzen. Ik vertrouw op jouw instinct. Dat heeft ons tot nu toe geen windeieren gelegd.’ Hij klapt het dossier dicht en verlaat de kamer.
Julio Cortez die alleen in de kamer achterblijft, kijkt nog eens naar de kaart aan de wand. Hij weet zeker dat hij ook deze laatste twee bedrijven aan zijn overnamesuccessen zal gaan toevoegen. Daar zullen zijn bronnen bij beide bedrijven wel zorg voor dragen. Zij zullen er wel voor zorgen dat het aantal incidenten verder gaat toenemen.
Zijn baas, de voorzitter van de raad van bestuur, zal daar niets van merken. Die kijkt alleen naar de cijfers en laat de operationele beslissingen aan hem over.
Dat hem dat wel is toevertrouwd, is tot nu toe wel gebleken. Zonder zijn speciale onderhandelingstactieken had hij nooit zo succesvol kunnen zijn. Het nemen van de juiste maatregelen heeft er voor gezorgd dat hij op deze betrekkelijk jonge leeftijd al heeft weten op te klimmen tot directeur overnames en adviseur van de raad van bestuur van een wereldwijd opererende organisatie.
Tevreden overdenkt hij nog eens zijn actieplan. Binnen een jaar zullen de eigenaren van beide bedrijven hem smeken hun armzalige bedrijf over te nemen.
Hij kijkt op zijn horloge en gaat gehaast op weg naar zijn volgende afspraak.

1
Met een zucht van verlichting plof ik op de bank en trek mijn schitterende nieuwe en zeer hoog gehakte schoenen uit. Samen hebben we een fantastische avond gehad. Vanmiddag gekocht en dan een hele avond er op dansen is nu niet direct verstandig te noemen. Mijn voeten hebben dan ook dringend wat meer ruimte en vooral rust nodig.
Eerlijk gezegd heb ik het er echter wel voor over. Ik weet niet wat dat met me is, maar als ik de eerste tonen van de muziek hoor, beginnen mijn benen te kriebelen. Ik kan mijn voeten niet meer stil houden. Mijn voeten willen dansen. Als ik dan net als vanavond een fantastische danspartner tref, kan mijn avond niet meer stuk. Op de meeslepende maten van de tango heb ik me vanavond heerlijk kunnen uitleven. Wat is het toch heerlijk, als je danst met iemand die durft te improviseren en daar nog goed in is ook.
Juan is nieuw op onze dansclub. Ik had vanavond de mazzel dat hij mij uitkoos als danspartner. Op een heel charmante manier heeft hij vervolgens de rest van de avond de leiding genomen. Het is een genot om me aan zo’n man over te geven. Vanavond heb ik danspassen gedanst, waarvan ik niet eens het vermoeden had dat ze bestaan. Bij het dansen met Juan ging er een heel nieuwe wereld voor me open. Natuurlijk heb ik al eerder de merengue, de salsa en natuurlijk de tango gedanst. Maar zoals vanavond nog nooit. Zijn sterke armen hielden me vast en stuurden me haast ongemerkt de goede richting in. Alleen die arme voeten van mij.
Ik dank de hemel dat ik driekwart jaar geleden de stoute schoenen heb aangetrokken en lid ben geworden van deze dansclub. De meeste clubs hebben vooral paren als lid, maar het aantrekkelijke van ‘DANCE1MORE’ is juist dat je, ook als je alleen bent, van harte welkom bent. Terwijl het niet zo’n vervelende singleclub is. Het nadeel van een singleclub vind

ik dat de mensen die er komen meer aandacht hebben voor jou als mogelijke partner dan voor het dansen. Daar zit ik niet op te wachten, ik wil gewoon een avond per week heerlijk dansen. Zo is er een gezellig mengelmoesje ontstaan van paren en mensen die om uiteenlopende redenen alleen komen. Langzamerhand leer ik steeds meer de verschillende achtergronden kennen. Sommigen zijn gescheiden, anderen hebben een partner die niet van dansen houdt en weer anderen zijn nog single, net als ik. Omdat we allemaal dezelfde passie delen, is het zo’n gezellige club. We zijn er niet op gericht om op wedstrijdniveau te dansen. Wel dagen we elkaar op een plezierige manier uit nieuwe passen te proberen, te improviseren en als gelegenheidspaar het net iets beter te doen dan de andere paren. Dat je dan af en toe allebei andere passen staat te dansen, op elkaars tenen gaat staan of letterlijk de bocht uitvliegt, leidt niet alleen bij jezelf, maar ook bij de anderen tot grote hilariteit. Toch kunnen we ondanks dat er veel gelachen wordt, ook direct weer serieus zijn. Vooral als de muziek er om vraagt.
Mijn beste vriendin Ellen is al net zo’n dansfanaat als ik. Alleen kampt zij als stewardess met onregelmatige diensten. Ze kan daardoor slechts sporadisch met me mee. Inmiddels ben ik echter volledig opgenomen in de gezellige ambiance bij ‘DANCE1MORE.’ Ik vind tegenwoordig altijd wel iemand om tussendoor een babbeltje mee te maken. Maar mijn voornaamste doel blijft toch dansen, dansen, dansen tot ik er, zoals vanavond, haast letterlijk bij neerval.
Voor jullie je nu allerlei romantische verzinsels in het hoofd halen: Juan is 68, in zijn jonge jaren dansleraar geweest en een niet onverdienstelijke wedstrijddanser. Sinds zijn pensioen vindt hij het heerlijk om regelmatig te blijven dansen. Helaas is Giselle, zijn vrouw en voormalig danspartner, geveld door MS. Zij vindt het echter geweldig hem te zien dansen en genieten. Zo vaak als ze kan, vergezelt ze hem dan ook. Het is ontroerend om te zien hoe ze zelf stralend zit toe te kijken, terwijl wij allemaal onze rondjes zwieren. Zeker als je bedenkt dat ze zelf nooit meer zal kunnen dansen. Helemaal vertederd kan ik raken,

als ik zie hoe Giselle en Juan, tussen de bedrijven door, elkaar na al die jaren nog steeds met een verliefde blik aankijken.
Met een voldaan gevoel ga ik naar bed, niet wetende dat de volgende dag mijn hele leven op zijn kop gaat zetten.

2
Met een daverende klap valt Merle naar beneden. Zojuist is de derde traptrede van boven doormidden gebroken. Hoe vaak heeft ze haar man Carlos al niet verteld dat hij de vermolmde keldertrap moet repareren. Helaas zonder succes. Nu ligt ze hier op de keldervloer en voelt meteen dat het mis is. Haar been ligt in een vreemde draai. Door haar arm schiet, als ze hem ook maar even beweegt, een stekende pijn. Het lukt haar dan ook niet om op te staan. Zo midden op de dag is iedereen druk bezig in de bodega. De voorbereidingen voor de high tea voor de gasten uit de luxe gastenverblijven zijn in volle gang. De gasten zelf zullen op dit moment nog siësta houden of verkoeling aan het zoeken zijn aan het zwembad.
Terwijl ze, haar pijn verbijtend, ligt te wachten tot iemand haar vindt, dwalen haar gedachten af naar de afgelopen zes jaar. Na haar studie aan de hogere hotelschool was het plan met een wereldticket een halfjaar te gaan backpacken in Zuid-Amerika. Wie had kunnen denken dat ze hier in Argentinië zou blijven hangen. Zij zelf nog wel het minst.